Sharing versus old economy: wie wint?

Sharing versus old economy: wie wint?

share

De sharing economy, het delen van spullen, groeit als kool. Toch gaat die groei niet vanzelf. De gevestigde orde probeert initiatieven zoals AirBnB en Uber te dwarsbomen. Een strijd die met name op het politieke vlak wordt gestreden. De vraag is nu: wie trekt er aan het langste eind?

Van bezit naar toegang en delen

De toenemende welvaart en het sterk groeiende aantal beschikbare producten hebben ervoor gezorgd dat consumenten steeds meer producten zijn gaan aanschaffen. De consumptiemaatschappij heeft zich met name sinds de Tweede Wereldoorlog sterk ontwikkeld. De laatste jaren is echter een trend waarneembaar dat de consumptiebehoefte zijn grens heeft bereikt. Jongere werknemers onderhandelen nu niet meer over de leaseauto, maar over een extra vrije dag. Initiatieven zoals Marktplaats en eBay spelen in op de behoefte om spullen een ‘tweede leven’ te geven en niet rücksichtslos weg te gooien. Mensen die zelf energie opwekken met zonnepanelen stellen hun overtollige energie graag ter beschikking. Voor (volledig) digitale producten geldt dit nog sterker. Waarom nog films kopen op DVD als je ze ook op Netflix kunt zien? En waarom een boek kopen als je het daarna nutteloos in de kast zet? Wie koopt er nog CD’s sinds Spotify? En hoeveel mensen ontvangen nog elke dag een papieren krant in hun brievenbus?

 

Het klinkt ook meer dan logisch. Als je auto toch de helft van de tijd – of meer – ongebruikt voor de deur staat, waarom dan niet uitlenen aan de buurman. Of stadsgenoot? Initiatieven als Zolder en Zo in mijn eigen dorp spelen in op deze behoefte. En het succes van Snappcar bewijst dat er een markt is. SnappCar heeft inmiddels met 20 werknemers een omzet van €2 miljoen en heeft in april 2015 een Deense concurrent overgenomen. En wie denkt dat SnappCar alleen wordt gebruikt door jongeren: 56% van de huurders op Snappcar is ouder dan 40 jaar!

Leeftijd huurders SnappCar

 

AirBnB: $24 miljard waard!

Toch is SnappCar nog maar een relatief kleine speler op de markt die in het niet valt bij een partij als AirBnB. Er zijn in totaal 1,2 miljoen huizen en appartementen in 190 landen te huur via AirBnB, die per transactie zo’n 6 á 12% commissie ontvangt. In 2014 werden volgens Piper Jaffray zo’n 40 miljoen kamers verhuurd, goed voor een totale waarde $4 miljard en een marge voor AirBnB van $436 miljoen. De verwachting is dat de omzet van AirBnB in 2020 is gegroeid naar $2 miljard. Ik zelf boek inmiddels ook regelmatig via AirBnB. Mijn vakantie dit jaar naar Italië en vorig jaar naar Griekenland zijn vrijwel volledig geboekt via AirBnB. Toen ik voor een 3D-printing congres in Londen was vorig jaar, sliep ik bij een dame in huis. Zij vertelde mij dat zij haar baan heeft opgezegd omdat ze met AirBnB meer verdient dan met haar werk. Vrienden uit Amsterdam verbouwen een kamer om te verhuren via AirBnB. De markt staat nog in zijn kinderschoenen!

Omzet AirBnB

 

Uber: al $50 miljard waard?

Uber is – gemeten naar de geïnvesteerde bedragen – al ruim twee keer zoveel waard als AirBnB, namelijk $50 miljard, aldus CNN. Minder dan een jaar geleden was dit nog ‘slechts’ $18 miljard. De ambities van Uber liegen er dan ook niet om. “The rare opportunity to change the world such that everyone around you is using the product you built. We’re not just another social web app, we’re moving real people and assets and reinventing transportation and logistics globally.” Niet vreemd dus dat Uber op overnamejacht is op bedrijven die kaarten hebben en 1oo man en licenties heeft overgenomen van Microsoft Bing. Uber richt zich dus niet alleen op het vervoeren van mensen, ook partijen als FedEx en UPS zullen Uber goed in de gaten moeten houden.

Juridische strijd

De opkomst van ‘deel’ bedrijven zoals AirBnB en Uber gaat niet zonder slag of stoot. De bestaande marktpartijen proberen deze nieuwkomers – met wisselend succes – te weren. Daarvoor gebruiken ze verschillende argumenten. Bijvoorbeeld dat de particuliere verhuurders geen belasting betaling. Dat ze de consument kunnen oplichten en niet veilig zouden zijn. En dat ze niet hoeven te voldoen aan dezelfde wetten en regelgeving als de bestaande partijen waardoor er oneerlijke concurrentie ontstaat. Er vindt dan ook een zware juridische strijd plaats. Mashable heeft een zeer goed artikel geschreven over hoe zowel AirBnB als de traditionele hotelbranche lokale politici probeert te paaien om de juiste wetgeving te verkrijgen. Opvallend is overigens dat AirBnB een klein miljoentje heeft geschoven naar de politici, terwijl de hotellobby een slordige ¢11 miljoen doet. De praktijk lijkt uit te wijzen dat dit zijn vruchten afwerpt. Helaas, moet ik zeggen, maar waar. Na Nederland is UberPoP nu ook in Duitsland verboden, mede onder druk van de actieve en altijd zachtaardige taxilobby.

De consument zal zegevieren

De tijdelijke overwinning van de ‘old school’ is – in mijn ogen – een Pyrrusoverwinning. Uiteindelijk zullen het ‘recht’ en de consument zegevieren. Ik zal uitleggen waarom:

  • De klant bepaalt kwaliteit.

Een van de argumenten tegen de deeleconomie is dat de appartementen bijvoorbeeld niet schoon zijn, de auto’s niet netjes, de chauffeur niet goed is opgeleid. De vraag is: hoe erg is dat? AirBnB adverteert op hun site met ‘Welkom thuis’. Een uitstekende slogan! Je bent immers bij iemand thuis op bezoek. Dat voelt comfortabel. En ja, natuurlijk is niet elk huis even schoon en opgeruimd. Of sfeervol ingericht. Maar hoe erg is dat? Als je voor de helft van het geld van een hotel op een A-lokatie zit? Bovendien heb je – vaak – ook nog contact met de verhuurder die je kan wijzen op leuke bezienswaardigheden, events, café’s of restaurants in de buurt. En als je ’s nachts een taxi neemt na een avond stappen, hoe erg is het dan dat je rijdt in een auto van zes jaar oud met een krasje op de bumper? Natuurlijk, soms wil je gewoon een goede taxi en heb je daar geld voor over. Maar of een willekeurige taxi chauffeur nu per se betrouwbaarder is dan een Uberpopper? Ik weet het niet?

  • Kwantiteit is kwaliteit. 

Een groot voordeel van grote sites is dat gebruikers reviews geven. En als een bepaalde chauffeur of verhuurder veel negatieve recensies heeft, zal dat ten koste gaan van zijn omzet. Uiteraard moet je de recensies met een korrel zout nemen. Maar als een verhuurder 100 goede recensies heeft, zegt dat wel wat. Zo scheidt het kaf zich zelf van het koren. En ja, het kan nog steeds een keertje tegenvallen. Maar ja, welk besluit in het leven is totaal risicoloos? En vallen hotels altijd mee?

  • Gelijke regels?

Traditionele partijen in de markt moeten voldoen aan allerlei regels. Taxichauffeurs moeten een autocomputer hebben voor o.a. de rittenregistratie. Hotels moeten voldoen aan allerlei regels op het gebied van veiligheid en hygiene. Het opleggen van deze zelfde regels voor particulieren is volstrekt overtrokken. Als iemand voor een rit naar Schiphol €200 wil betalen omdat hij een vliegtuig wil halen, is dat een zaak van vraag en aanbod. Of als hij maar €35 wil betalen maar een oud karretje prima vindt, ook goed. Natuurlijk gelden er wel regeles die voor iedereen gelden. De auto moet wel veilig zijn, en bijvoorbeeld APK gekeurd. Maar dat is toch al verplicht. De Nederlandse – en andere – overheden doen er goed aan om hier niet te rigide in te zijn. De consument kan immers ook ‘overbeschermd’ worden. Uitwassen komen vanzelf naar boven drijven.

  • Belasting of niet?

Moeten verhuurders via AirBnB nu wel of niet belasting betalen? En welke belasting? Toeristenbelasting, inkomstenbelasting, omzetbelasting? Dit is een interessant vraagstuk waar mijn expertise niet direct ligt. Ik kan mij voorstellen dat er hier wel een regeling gemaakt zal moeten worden. Bijvoorbeeld dat verhuurders zich wel moeten registreren als zelfstandige en hun inkomsten moeten opgeven. Dan heeft de overheid in elk geval BTW omzet, en bij significante huuromzet ook nog inkomstenbelasting. Dat maakt de concurrentie wel iets gelijkwaardiger. En neemt ook een belangrijk argument uit de zeilen van de traditionele branches.

Lang leve innovatie

Het is een mooie strijd. Old versus new school. Ik hoop en verwacht dat de ‘new school’ wint. Niet alleen omdat ik voor innovatie ben, maar ook omdat de deeleconomie de wereld een stukje mooier maakt. Je moet kunnen delen om te vermenigvuldigen, zo luidt immers een mooi gezegde. We zullen zien wie er als winnaar uit de bus komt.